Voor laten gaan

Het overige verkeer voor laten gaan.
Bij het oprijden van de doorgaande rijbaan, het verkeer op die rijbaan voor laten gaan. Bij het uitvoegen verkeer op de uitrijstrook voor laten gaan.
Indien men bij het inhalen/voorbijgaan op het voor het overige ver­keer bestemde weggedeelte komt, dat verkeer voor laten gaan.
Bij het wisselen van rijstrook of het zijdelings verplaatsen het overige verkeer voor laten gaan.
Het overige verkeer voor laten gaan.
De daarop rechthebbende weggebruikers voorrang verlenen of voor laten gaan.
Voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan over te steken, voor laten gaan.
Bij het voorbijrijden van een stilstaande tram of bus, passagiers gelegenheid geven in- of uit te stappen.

Een bestuurder van een autobus die binnen de bebouwde kom met zijn richtingaanwijzer te kennen geeft weg te willen rijden, daartoe gelegenheid geven.
Voor het oprijden van en bij het rijden op een rotonde wordt aan de wettelijke voorrangsverplichting voldaan.
Tijdens het uitvoeren van een bijzondere verrichting het overige verkeer voor laten gaan.