Kijkgedrag

Voor en tijdens het wegrijden op de juiste wijze kijken.
Bij het wegrijden goed opletten.
Goed letten op de situatie voor, naast en achter de auto, evenals op de wijze hoe deze zich ontwikkelt.
Bij het naderen en het oprijden van een kruispunt goed opletten.
Ter voorbereiding op het afslaan, tijdig en op juiste wijze kijken.
Bij het invoegen en uitvoegen goed opletten.
Voordat wordt ingehaald/voorbijgereden, kijken of dit op een veilige en verantwoorde wijze kan.
Vóórdat van rijstrook wordt gewisseld of een andere zijdelingse verplaatsing wordt uitgevoerd, goed opletten.
Goed letten op van links-, rechts- of tegemoetkomend verkeer.
Binnen een erf voortdurend goed opletten
Bij het naderen van een overweg, in een zo vroeg mogelijk stadium, goed opletten.
Bij het naderen van een overweg, in een zo vroeg mogelijk stadium, goed opletten.
Bij de nadering goed opletten
Goed opletten bij het naderen/voorbijrijden van een tram-/bushalte.
Bij het naderen, oprijden, berijden en verlaten van de rotonde goed opletten.
Bij het openen van het portier goed opletten.
Voor en tijdens het recht achteruit rijden goed opletten.
Voor en tijdens het achteruit rijden goed opletten.
Voor en tijdens het parkeren goed opletten.
Voor en tijdens het fileparkeren goed opletten.
Voor en tijdens het omkeren goed opletten.
Voor en tijdens het omkeren door een halve draai goed opletten.
Voor en tijdens het optrekken en wegrijden goed opletten.