Belangen andere weggebruikers

Dit onderwerp gaat in op defensief en sociaal gedrag in combinatie met verkeersinzicht.
Zo min mogelijk hinder voor het overige verkeer veroorzaken.
Steeds op een zodanige wijze rijden dat geen gevaar of (zo min mogelijk) hinder voor het overige verkeer ontstaat of kan ontstaan.
Bij het tegemoetkomen en ingehaald worden zijn altijd andere weggebruikers betrokken, dus dient rekening gehouden te worden gehouden met alle betrokkenen.
Bij het naderen en oprijden van een kruispunt steeds zo veilig mogelijk handelen. Voorkom onnodig hinderen.
Bij het afslaan geen gevaar of meer dan noodzakelijke hinder voor andere weggebruikers veroorzaken.
Er mag geen hinder ontstaan voor andere bestuurders.
Er mag geen gevaar of hinder ontstaan of kunnen ontstaan voor andere weggebruikers.
Bij het wisselen van rijstrook of bij het zijdelings verplaatsen mag geen gevaar of hinder ontstaan of kunnen ontstaan voor het overige verkeer.
Het overige verkeer niet hinderen
De wijze van rijden afstemmen op de speciale functie van het erf en op het gedrag van de gebruikers.
Bij het naderen en oprijden van een overweg bijzondere voorzichtig­heid betrachten.
Een voetgangersoversteekplaats voorzichtig naderen.
Tijdens het voorbijrijden van een tram-/bushalte, vooral bij grotere concentraties wachtende mensen, rekening houden met (onverwachte) situaties die gevaar kunnen opleveren.
Geen gevaar of meer dan noodzakelijke hinder voor andere weggebruikers veroorzaken.
Tijdens het wegrijden rekening houden met andere weggebruikers.